Naud van der Ven (1955) studeerde in Utrecht geschiedenis. Hij was actief in het geschiedenisonderwijs en behaalde daarnaast een kandidaats Semitische talen in Leiden (1988). Van 1989 tot 2001 werkte hij in de financieel-administratieve dienstverlening. Vanaf 2015 is hij adviseur bedrijfsprocessen bij de Amsterdamse School van de gemeente Amsterdam. In oktober 2006 promoveerde hij op het proefschrift Schaamte en verandering; denken over organisatieverandering in het licht van de filosofie van Emmanuel Levinas.

Wie is de ander bij Levinas?

Door   Drs. Naud van der Ven
Datum   zondag 7 april 2019
Tijd   10.30 - 12.00 uur
Plaats   Walkartkerk, Kerkweg 23, Zeist
Toegang   Gratis; collecte aan de uitgang

Wie is de ander bij Levinas?

 

De filosoof Emmanuel Levinas biedt allerlei gezichtspunten en denklijnen die aanknopen bij het Walkartthema 2019 Wie is de ander?

 

Wie is de ander bij Levinas? De ander komt in tal van situaties voor.

Als we de ander in organisaties aantreffen, is de ander een 'andere' dan degene die we in het normale maatschappelijk verkeer tegenkomen. Herman Melville bijvoorbeeld schetst met zijn verhaal Bartleby, the scrivener een beeld van de Ander dat doet denken aan de filosofie van Levinas. Levinas is een intrigerende filosoof, maar door de moeilijkheidsgraad van zijn vertogen wordt hij menigmaal op een te brave manier geïnterpreteerd. Een populaire opvatting in die interpretaties ziet de ander als degene die mij op mijn verantwoordelijkheden wijst, maar Naud van der Ven bestrijdt die opvatting. Hij ziet de Ander niet als degene die mij verantwoordelijk stelt, maar uitsluitend als degene die mij raakt omdat hij mij laat zien waar en hoe ik hem kwets. Dat laatste raakt aan de zogenaamde denkschaamte die kan optreden als de ene mens denkt voor de andere en als dat bij die ander verdriet of weerstand oproept. Als ik de kwetsuur zie die ik daarmee aanricht, kan bij mij als de goedbedoelende denker, het gevoel optreden dat ik een grens overschreden heb. Dat is denkschaamte. Levinas heeft het over dat verschijnsel en maakt een constructieve omgang ermee mogelijk. Hij meent dat we, juist dankzij de denkschaamte, erachter kunnen komen wanneer we te ver zijn gegaan. We kunnen het dan direct benoemen, eventueel excuses maken en weer samen verder gaan. Dat maakt het ook mogelijk om wat meer ontspannen en minder omzichtig om te gaan met de verschillen die er nu eenmaal zijn tussen mensen. Verhullend taalgebruik is dan niet meer nodig.