Dr. Rob Nepveu

Godsdienstfenomenoloog, studie theologie in Leiden. Promotie aldaar (1977).

Rob Nepveu behoort tot de religieus-humanistische stroming binnen Vrijzinnigen Nederland.
De vrijzinnig-Christelijke traditie vormt een belangrijke inspiratiebron voor deze stroming naast andere, waaronder vooral ook de Westerse filosofie.


Overdenkingen:
Jodendom, Christendom en Islam
19 juni 2022
Religie en realiteit
22 mei 2022
Wat is de mens?
24 april 2022
Religie: geloven of ervaren?
13 maart 2022
Is het Christendom achterhaald?
23 januari 2022
Het geschenk. Over geven en nemen.
05 december 2021
Geloofwaardig
14 november 2021
een geestelijke voorhoede?
24 oktober 2021
Verder kijken
12 september 2021
Zijn wij allen schuldig?
22 augustus 2021
Komen wij steeds verder?
11 juli 2021
Alles heeft zijn tijd
16 mei 2021
Wantrouwen en vertrouwen
18 april 2021
Wat is waarheid?
14 maart 2021
De Bijbel ook eens anders lezen
13 december 2020
‘Gewoon jezelf zijn' (Haya van Someren) en ‘Ken uzelf ‘(Delphi)
15 november 2020
Wat verbindt ons?
11 oktober 2020
Verder kijken
13 september 2020
Leven we in de best-denkbare wereld?
23 augustus 2020
Begrijpen en verstaan
08 maart 2020
Tijd
09 februari 2020
Op zoek naar licht
08 december 2019
Eenvoud is het kenmerk van het ware (Boerhaave 1668-1738)
10 november 2019
Liever klein dan groot?
13 oktober 2019
Van honden, katten en mensen
08 september 2019
Religieus perspectief
18 augustus 2019
Over chaos en orde
14 juli 2019
Over de verbetering van mens en samenleving
16 juni 2019
Wat is de mens?
12 mei 2019
De betekenis van de mythe van de zondeval
14 april 2019
Er zij licht
10 maart 2019
Hoe nu verder?
16 december 2018
Religie, waarheid en werkelijkheid
16 september 2018
Is onze cultuur nog Christelijk te noemen?
15 juli 2018
Wat betekent Jezus nog voor ons?
06 mei 2018
Spreken over boven gaat over beneden
29 april 2018
Mysterie der werkelijkheid
11 maart 2018
De goede oude tijd?
14 januari 2018
Vrijzinnig geloof in deze moderne tijd
17 december 2017
Hebben wij een vrije wil?
12 november 2017
Religie en het concrete bestaan
22 oktober 2017
Schepping
10 september 2017
Mythe en waarheid
18 juni 2017
Openbaring. Wat houdt dat in?
09 april 2017
Geplukte kip of gouden ei
12 februari 2017
Survival en actualiteit
04 december 2016
Secularisatie en religie
23 oktober 2016
Vasthouden of loslaten
04 september 2016
Religieus humanisme
26 juni 2016
Leidt vrijzinnigheid tot ongeloof of juist tot geloof?
14 februari 2016
Hoezo vrijzinnig?
03 januari 2016
Zijn wij nog christelijk te noemen?
22 november 2015
Religieus besef en hoe nu verder?
13 september 2015
Wat is vrijzinnig?
04 januari 2015
Wat is openbaring?
04 augustus 2014
Geloven in God
15 juni 2014
Bestaansverheldering
09 februari 2014
Uit de kunst
06 september 2013
Taal en religie
10 februari 2013
Een andere kijk op God
09 augustus 2012
Waar of werkelijk?
13 februari 2011
Wie was eigenlijk Jezus van Nazareth?
29 augustus 2010
Waarom nog naar de kerk gaan
06 december 2009
Pinksteren, het feest van enthousiasme
31 mei 2009
Pinksteren, het feest van enthousiasme
31 mei 2009

Jodendom, Christendom en Islam

Jodendom, Christendom en Islam, drie uiteenlopende wegen. Wat hebben ze ons te zeggen?

 

  1. Het Christendom is begonnen als een Joodse sekte. Jezus was een overtuigde Jood. Moderne onderzoekers trachten Jezus en zijn prediking beter te begrijpen door hem in zijn Joodse context te plaatsen. Het Jodendom in die tijd kende een grote verscheidenheid. Er waren twee belangrijke stromingen: die van de Farizeeën en die van de Sadduceeën. De Sadduceeën bestonden uit de bovenlaag van de bevolking. Zij hadden Schriftgeleerden die alleen de teksten erkenden die de Tenach (het O.T, voor de Christenen) vormden. De Farizeeën stonden dichter bij het volk. Zij erkenden ook de mondelinge overlevering, die eveneens tot Mozes zou teruggaan.
  2. De eerste Christenen vormden een Joodse sekte, waarvan de leden gewoon de Joodse levenswijze aanhielden. Zij onderscheidden zich alleen van de overige Joden door hun geloof in Jezus als degene die het Godsrijk zou helpen vestigen als de Messias.
    De overige Joden zagen Jezus niet als zodanig. De ‘Christenen’ geloofden dat Jezus uit de dood was opgestaan en ten hemel was gevaren om plaats te nemen aan de rechterzijde van God de Vader. Men verwachtte zijn spoedige wederkeer naar de wereld om daar het Godsrijk te vestigen.
  3. Er gebeurde echter niets. De Christelijke sekte dreigde daarmee te verdwijnen. Maar het was Paulus die redding bracht. De smadelijke dood van Jezus gaf hij een uiterst belangrijke betekenis. Hij maakte er de zoendood van door middel waarvan de breuk tussen de zondige mensheid en God werd geheeld. Het was ook vooral aan Paulus te danken dat tijdens een bijeenkomst in Jeruzalem, circa 50, werd besloten dat ook niet-Joden tot de Christelijke gemeente konden toetreden en zich niet aan de Joodse levenshouding hoefden te houden.
    Dit betekende een breuk met het Jodendom waar de Thora (levensonderricht/wet) centraal stond en staat.
  4. Deze breuk zou leiden tot allerlei anti-Joodse teksten in het Nieuwe Testament en alle verdere vormen van Christelijk antisemitisme in de loop van de geschiedenis. De ergste anti-Joodse tekst biedt Mattheüs 27, vers 25: zijn bloed kome over ons en onze kinderen.
  5. In 70 werd Jeruzalem door de Romeinen verwoest evenals de tempel aldaar. Nu de priesters geen offers meer konden brengen, waren het de rabbi’s die het Jodendom van de ondergang redden. Het waren de Farizese rabbi’s die met hun grote liefde voor de schriftelijk en mondelinge (later ook op schrift gestelde) teksten, het Jodendom deden voortbestaan als een dynamische traditie. Het Jodendom kende en kent geen dogmatiek, maar richt zich heel functioneel op de vraag hoe te handelen.
  6. Het Christendom was een zendingsreligie die zich snel wist te verbreiden. Daardoor konden gemakkelijk verschillen van inzicht ontstaan. Daarom trachtte de kerk de eenheid van leer te redigeren. De kerk, met name die in het Westen, met haar zetel in Rome, ging zich ook steeds meer centralistisch organiseren.
    Het Jodendom kende een geloofsbelijdenis (Deut. 6, 4-9) waarin werd uitgesproken dat er slechts één God is die de mens met hart en ziel en alle kracht moet liefhebben in al zijn handelen. Het Christendom nam dit monotheïsme weliswaar over, maar de leer van de Drie-eenheid Gods vormt wel een probleem. Het Christendom rekende de Joodse bijbel tot de eigen bijbel als O.T. naast het N.T. Maar men legde de Joodse teksten op een eigen Christelijke manier uit.
  7. Eeuwen later ontstond, door toedoen van Mohammed, de Islam. Tijdens zijn leven ontving Mohammed steeds een aantal spreuken, die na zijn dood werden bijeengebracht in de Koran. Mohammed zou nooit worden vergoddelijkt. De Islam is streng monotheïstisch maar de Koran werd gezien als Gods woord in het Arabisch geopenbaard. In de Koran worden vele bijbelse personen genoemd. Mohammed had een zekere kennis van Jodendom en Christendom. Waar er verschillen optreden tussen de Koran en de Bijbel gaan moslims ervan uit dat de Koran de waarheid bevat en Joden en Christenen hun oorspronkelijk juiste openbaring hebben laten bederven. De Islam kent een bescheiden geloofsleer, maar richt zich net als het Jodendom vooral op het handelen.
  8. Wat leert ons nu dit alles?
    a. De verschillende religies beroepen zich op openbaring. Voor vrijzinnigen en religieus humanisten houdt dat in dat mensen tot bepaalde belangrijke religieuze inzichten zijn gekomen die zij als van God gegeven openbaring zagen.
    b. Prof. dr. Th. P. van Baaren stelde dat religie een functie van cultuur is. Religies worden door cultuur bepaald en bepalen ook weer culturen.
    c. De religies laten de betekenis zien van beeldend, verhalend denken. Symboliek helpt het niet of nauwelijks verwoordbare te ervaren.
    d. De religies getuigen van het menselijk besef van het Mysterie van al wat bestaat. En zij brengen mensen ethisch besef bij. Religies hebben verschillende wijzen van geloof ontwikkeld. Ze zijn een bron van wijsheid, die van blijvende betekenis is.
    e. Dat er zoveel ellende voorkomt in de wereld ligt niet aan de religies maar aan de mens die religie vaak misbruikt voor slechte doelen.
    f. Als men tot de kern van de verschillende religies weet door te dringen, kan men inzien dat deze vaak nog heel actueel is. Men moet dan wel beelden als symboliek weten te verstaan.