Mr.drs. Johan de Wit

Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.

 

De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.

Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.

 

De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.


Overdenkingen:
Kerstoverdenking 2020
25 december 2020
150 jaar vrijzinnigheid
22 november 2020
De rijke jongeling
18 oktober 2020
Omgang met elkaar
20 september 2020
overdenking
16 augustus 2020
de creativiteit van eva
21 juni 2020
Paasboodschap 2020
12 april 2020
overdenking Jezus
16 februari 2020
Overdenking Simson
19 januari 2020
kerstoverdenking
25 december 2019
de vrijheid van Paulus
15 december 2019
overdenking
24 november 2019
spiritualiteit toen en nu
20 oktober 2019
Overdenking (wantrouwen machthebbers)
15 september 2019
klein en groot
01 september 2019
Pinksteroverdenking
09 juni 2019
de vrouw
19 mei 2019
paasoverdenking
21 april 2019
de verzoekingen van Jezus
17 maart 2019
vergankelijkheid
17 februari 2019
de zin van religie
20 januari 2019
spiritualiteit van kerst
25 december 2018
Het kinderpardon
09 december 2018
Vertrouwen
09 december 2018
overdenking (verlies van godsbeelden)
25 november 2018
Overgangen
21 oktober 2018
De anderen
02 september 2018
De richting van je leven
17 juni 2018
Overdenking Pinksteren (bezinning)
20 mei 2018
paasoverdenking
01 april 2018
innerlijke tegenkracht
18 maart 2018
De verlamde man
19 februari 2018
Toren van Babel
21 januari 2018
Kerstoverdenking
25 december 2017
Job
26 november 2017
De zondebok
15 oktober 2017
Het tiende gebod
17 september 2017
vrijheid
03 september 2017
overdenking Pinksteren
04 juni 2017
Meimaand Mariamaand
14 mei 2017
Overdenking Pasen 2017
16 april 2017
Blijf niet staren op wat vroeger was
19 maart 2017
Het nut van religie
19 februari 2017
overdenking kerst
25 december 2016
Beloften
11 december 2016
De roeping van Mozes
20 november 2016
Licht
16 oktober 2016
De ongrijpbaarheid van de liefde
18 september 2016
Schuld en schaamte
03 juli 2016
Angst
19 juni 2016
Pinksterpreek
15 mei 2016
Paaspreek
27 maart 2016
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan
21 februari 2016
Het vijfde gebod
17 januari 2016
Kerstpreek 2015
25 december 2015
Menselijk tegenover
21 juni 2015
De trooster, heilige geest
17 mei 2015
Macht
15 maart 2015
Grondhoudingen van het koninkrijk
15 februari 2015
Kerstpreek 2014
25 december 2014
Richteren11: 29-35
16 november 2014
Correcties van de ziel
19 oktober 2014
Lazarus
21 september 2014
Licht
18 mei 2014
Paaspreek 2014
20 april 2014
De heilige geest
16 maart 2014
De bruiloft te Kana
16 februari 2014
De verloren zoon
19 januari 2014
Identiteit
17 november 2013
Eerbied voor de schepping
20 oktober 2013
Onze schaduw
15 september 2013
De ander
16 juni 2013
Pinksterpreek
19 mei 2013
Luchtfietserij
21 april 2013
Paaspreek 2013
31 maart 2013
Het koninkrijk van Jezus
17 maart 2013
Bildung
17 februari 2013
Wetenschap en wijsheid
27 januari 2013
kerstpreek 2012
25 december 2012
Wat blijft en voorbijgaat
18 november 2012
Geest
21 oktober 2012
Religie
16 september 2012
Verlangen naar eenheid
17 juni 2012
Het buitenissige
20 mei 2012
De kunst van het liefhebben
18 maart 2012
Verwachtingen
19 februari 2012
Idealisme
29 januari 2012
kerstpreek 2011
24 december 2011
Mens en tijd
20 november 2011
Vrijzinnigheid
16 oktober 2011
Wat beweegt ons?
04 september 2011
Het verlangen naar macht
15 mei 2011
Het verlangen naar macht
17 april 2011
Religie en wetenschap
20 maart 2011
Beeldvorming
20 februari 2011
De grenzen van het ego
23 januari 2011
Kerstpreek 2010
25 december 2010
Richting zoeken
27 november 2010
Metamorfosen
21 november 2010
Het goede leven
19 september 2010
Het 7e zegel
20 juni 2010
Hoeders
18 april 2010
Het onzichtbare christendom
21 maart 2010
Mozes
21 februari 2010
Simson
17 januari 2010
De Christus
15 november 2009
Hebben en zijn
18 oktober 2009
Een eigen weg
06 september 2009
Bevrijding door liefde
05 juli 2009
De verborgen Jezus
21 juni 2009
Leven in verhalen
17 mei 2009
Betekenis van het Evangelie
19 april 2009
De ander
15 maart 2009
Geest van de waarheid
15 februari 2009
God als geheim in ons leven
25 januari 2009
Kerstpreek 2008
25 december 2008
Verzet en overgave
21 december 2008
Tien geboden
16 november 2008
Relatie mens/natuur
19 oktober 2008
Het mysterie mens
21 september 2008
De geest
18 mei 2008
Liefde als leidraad
20 april 2008
Symbolen
13 april 2008
Exodus
30 december 2007
De 2e kant van de mens
16 december 2007
Geloven in de toekomst
09 december 2007
Natuur
02 december 2007
Trouw aan jezelf
26 november 2007
Projectie
19 november 2007
Geloof, hoop en liefde
12 november 2007
Vergeving
05 november 2007
Het leven als geschenk
28 oktober 2007
Ziel en geest
21 oktober 2007
Hoop
14 oktober 2007
Onderweg
07 oktober 2007
Martha en Maria
30 september 2007

150 jaar vrijzinnigheid

Toespraak 150 jaar vrijzinnigheid

In de zeventiende eeuw waren denkers als Hugo de Groot, Baruch de Spinoza en Balthasar Bekker befaamd tot ver buiten de grenzen van de Republiek der Nederlanden. Maar in de negentiende eeuw is in Nederland op het gebied van de geesteswetenschappen niet veel nieuws meer te bespeuren. Op theologisch gebied is Nederland al lang geen gidsland meer. Halverwege de achttiende eeuw verschuift de vooraanstaande positie die Nederland in dit opzicht had, naar Duitsland. Duitsland was zwaar getroffen door de Dertigjarige Oorlog, een verschrikkelijke godsdienstoorlog die talloze slachtoffers maakte en gigantische verwoestingen veroorzaakte. Maar na de vrede van Munster in 1648 begint het herstel. Kunsten en wetenschappen komen tot grote bloei, en wie als niet-Duitser op de hoogte wilde blijven van de wetenschappelijke literatuur, moest voortaan Duits leren. Vooral op theologisch gebied, want tot ver in de twintigste eeuw is de Duitse theologische literatuur toonaangevend.

 

In 1835 verschijnt het boek "Das leben Jesu, kritisch bearbeitet", van David Friedrich Strauss, een jonge theoloog, die drie jaar eerder aan de universiteit van Tübingen was afgestudeerd. Strauss was een origineel en creatief denker en had de moed om eigen wegen te bewandelen. In zijn boek poneert hij dat de vraag naar wie Jezus werkelijk was, in feite niet is te beantwoorden omdat de bronnen waarover we beschikken voor historisch onderzoek ongeschikt zijn. In de eerste helft van de negentiende eeuw is dat een ongehoorde uitspraak en zijn boek slaat dan ook in als een bom.

Hij verwijst de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament die een bovennatuurlijk karakter dragen en ingaan tegen de wetmatigheden van de natuur, zoals wonderen en verhalen over de opstanding van Jezus, naar het rijk der fabelen en hij typeert die verhalen als mythen. Voor veel christenen is dat in die tijd (en nu hier en daar ook nog) een schokkende gedachte. Mythen komen in alle niet-christelijke godsdiensten voor, maar in de bijbel zal men ze niet aantreffen, aldus de traditionele gedachtengang.

 

De Nederlandse reacties op het boek zijn dan ook in het algemeen negatief en het boek wordt een eendagsvlieg genoemd waaraan men geen aandacht moet besteden. Maar het boek roept ook verzet en verontwaardiging op. Zo gaat het verhaal dat muziekliefhebbers gedreigd zouden hebben om een concert te boycotten omdat het orkest walsen van Strauss ten gehore zou brengen. De combinatie van orthodoxe vroomheid en gebrek aan kennis kan tot wonderlijke resultaten leiden. Er zijn diverse anecdotes over. Bekend is de boer die in de gemeenteraad van zijn dorp tegen de aanleg van telegraafpalen stemde op grond van de bijbeltekst in de oude Statenvertaling "'s Heren goedheid kent geen palen".

 

De eerste Nederlandse theoloog die openlijk blijk geeft van waardering voor het werk van Srauss is Johannes Henricus Scholten. Hij wordt ook wel de vader van de moderne theologie in ons land genoemd. Onder zijn invloed kwam aan de universiteiten Leiden en Utrecht een nieuwe vorm van theologiseren tot stand. De moderne theologie bereikte de gewone kerkgangers via de predikanten die door hoogleraren als Scholten en Kuenen werden opgeleid. Busken Huet was een van hen en veel moderne theologen volgden zijn voorbeeld.

 

In de negentiende eeuw ontstonden ook twijfels aan het waarheidsgehalte van de bijbelse scheppingsverhalen. Geologische ontdekkingen versterkten die twijfels en nadat Darwin in 1859 zijn evolutietheorie had gepresenteerd onder de titel "On the Origin of Species", verhevigde zich de discussie over de betrouwbaarheid van de bijbel. Het modernisme had zich ten doel gesteld om de uitkomsten van de wetenschap serieus te nemen en in de theologie te verwerken en kwam natuurlijk in de problemen met de waardering van de bijbel als historisch geschrift waarin God zich eenmalig en onfeilbaar zou hebben geopenbaard. De bijbelkritiek waarmee de moderne

predikanten hun gemeenteleden confronteerden, maakte hen in de ogen van de gemiddelde kerkganger tot radicalen en het had tot gevolg dat sommige predikanten hun ambt neerlegden omdat zij de kerk niet meer zagen als de juiste plaats om hun ideeën uit te dragen.

De tweede helft van de negentiende eeuw was voor het modernisme een moeilijke periode.

Moderne predikanten waren verdeeld over verschillende kerkgenootschappen. Daarom probeerden ze zich te verenigen door de Vergadering van moderne theologen op te richten in 1866. Jaarlijks kwam de vergadering bijeen om naast kerkelijke kwesties ook maatschappelijke en natuurwetenschappelijke vraagstukken te bespreken. Maar één vergadering per jaar was niet voldoende om het gezelschap radicale theologen blijvend te binden.

 

De NPB, onze vereniging die nu door het leven gaat als Vrijzinnigen Nederland, is in 1870 opgericht door Opzoomer als Nederlandse Protestanten Bond. Het moest een anti-confessionele vereniging worden naar het voorbeeld van de Duitse Protestantenverein en het was de bedoeling om de moderne predikanten die tot dusver verspreid opereerden, een gezamenlijk platform te bieden. Dat is, zoals uit de verdere geschiedenis van de vrijzinnigheid blijkt, niet echt gelukt.

 

Wij weten denk ik allemaal wel wie Opzoomer was, maar zijn religieuze opvattingen zijn minder bekend. In het kort gezegd beschouwde hij Jezus als niet meer dan een bijzonder mens. De godsdienst die Jezus had uitgedragen, moeten wij als gelovige mensen verbinden met de negentiende-eeuwse wereldbeschouwing en natuurwetenschappen. De christelijke leer mag niet in tegenspraak zijn met de uitkomsten van de wetenschap. De godsdienst van Jezus was de hoogst ontwikkelde en daarmee de best mogelijke godsdienst. Die godsdienst behoorde volgens Opzoomer tot het wezen van de menselijke natuur. Dat gegeven leert volgens hem de mens dat er een God is.

 

Hij accepteert de evolutietheorie. God heeft de aarde op een indirecte manier geschapen waardoor de schepping een geleidelijk proces is en geen kwestie van dagen zoals in Genesis is verteld. De ontwikkeling van hogere soorten uit lagere soorten is door natuurwetten bepaald en God zelf is de bedenker en maker van die natuurwetten. Door te stellen dat God degene was die de evolutie in gang had gezet, conbineerde Opzoomer de uitkomsten van de natuurwetenschappen met het christelijk geloof. Opzoomer twijfelde niet aan het bestaan van God, maar was van mening dat kennis over God alleen met redelijk denken kon worden verkregen.

 

In de ontwikkeling van de vrijzinnigheid vanaf de negentiende eeuw tot ver in de twintigste eeuw kun je drie elementen ontwaren die in de vrijzinnigheid op formule moesten worden gebracht. Die elementen zijn: God, de bijbel en de christelijke dogma’s. Al vrij vroeg neemt de vrijzinnigheid afscheid van de kerkelijke dogma’s. Jezus als god en mens, het dogma van de drieëenheid, de leer van de verzoening, het verbod van de vrouw in het ambt, de leer van de dubbele uitverkiezing van Calvijn, in de vrijzinnigheid laat men al die dogma’s en leerstelligheden in meer of mindere mate al vrij spoedig los. In onze tijd kenmerkt de vrijzinnigheid zich door een open en ontvankelijke houding ten opzichte van onder andere homofilie, abortus, de vrouw in het ambt en euthanasie. De vrijzinnigheid zet de vensters naar de maatschappelijke ontwikkelingen open en doet de ramen niet dicht als die ontwikkelingen niet in de pas lopen met de kerkelijke opvattingen van weleer.

 

Ten aanzien van de omgang met de bijbel lag en ligt het wat ingewikkelder. De gemiddelde vrijzinnige keek wel kritisch naar de wonderverhalen, de opstanding van Jezus en het waarheidsgehalte van de boeken van het Oude Testament, maar had niet echt een alternatieve visie op het karakter van de bijbelgeschriften. Veel vrijzinnigen komen voort uit de klassieke protestantse kerken en dat droeg ertoe bij dat bij hen een zekere aarzeling leefde om de bijbelverhalen als helemaal onwaar, nooit gebeurd, achteraf bedacht en opgeschreven te beschouwen.

 

Ik zelf volg hierin de lijn van Strauss. De bijbel is voor mij een boek dat mythen en sagen bevat over de lotgevallen van het Israëlische volk en Jezus. Jezus is voor mij een historische figuur, daar twijfel ik niet aan, maar hij is niet de Zoon van God in die zin dat hij als God in de gedaante van een mens op aarde heeft rondgezworven. Ooit, tijdens mijn studie theologie, maakte ik bij een college dogmatiek de opmerking dat je Jezus misschien het beste kon kenschetsen als een charismatische joodse rabbi, waaromheen legendevorming is ontstaan. Enigzins tot mijn verbazing werd dat fel bestreden door de hoogleraar dogmatiek: het Nieuwe Testament was niet legendarisch, maar bevatte een waarheidsgetrouw verslag van de leer en het leven van Jezus Christus.

 

Ook bij voorgangers in de vrijzinnigheid ontmoette ik onverwacht veel kritiek toen ik stelde dat de bijbel een verzameling mythen en sagen is. Ik voegde daar aan toe dat dat niets afdoet aan de waarde van de bijbel, want juist de onderliggende betekenis van die mythen en sagen is van groot belang voor het vinden van de waarheid over onszelf. De dieptepsychologische betekenis van de gelijkenissen in het Nieuwe Testament, het verslag van Jezus’ leven en sterven, het zijn belangrijke handreikingen over het kennen van onszelf en onze drijfveren en met de verhalen in het Oude Testament is het niet anders. De bijbel reikt ons een omvangrijke mythologie aan met behulp waarvan wij onszelf aan onszelf kunnen uitleggen.

 

De voorgangers die ik van deze opvatting deelgenoot maakte, waren sceptisch. Het christendom is een grote en belangrijke godsdienst die je niet op één noemer kunt brengen met de grote mythologieën uit voorbije godsdiensten uit het Griekse en Romeinse rijk, daar kwam hun reactie in het kort op neer.

 

God is een ander verhaal. Niemand heeft ooit God gezien. Niemand heeft God ooit horen spreken in mensentaal. Maar wie zich rekenschap geeft van het feit dat geen wetenschapper er ooit in is geslaagd om leven te scheppen uit aardse materie, dat het heelal zo oneindig groot is dat wij ons daar geen voorstelling van kunnen maken en dat het ontstaan van dat heelal een onopgelost raadsel is, ook de oerknaltheorie is in feite niets anders dan een moderne versie van Genesis 1, kan niet onder de gevolgtrekking uit dat aan het begin van het leven op aarde, aan de bewegingen van het heelal en het zonnestelsel waarin de aarde zich beweegt, een energie of kracht ten grondslag ligt die ons menselijk begrip overstijgt en dat wij die kracht of energie God kunnen noemen, de Eeuwige, het Mysterie of de Ene, al naargelang wat onze voorkeur voor het onder woorden brengen van het in wezen onbenoembare is.

 

Over de eigenschappen van dat mysterie kunnen wij niets zeggen. Maar het is er en het raakt de mens die bewust in de schepping staat, op gezette of ongezette tijden aan. Wie dat voelt, is religi3eus. Religie is ten diepste een gevoelskwestie. Misschien heeft Huub Oosterhuis het mysterie nog het meest treffend verbeeld met de woorden:

 

Niemand weet wat leven is

en dat van dit geheimenis

God het begin en einde is.

 

Ik zou nog uren kunnen uitweiden over alles wat mij verwondert in dit ondermaanse. Maar ik heb genoeg van jullie geduld gevergd en het is tijd voor iets anders. Daarom zingt Alphons nu dat mooie lied van Schubert over de troost van kunst in moeilijke tijden. Schubert an die Musik.