Mr.drs. Johan de Wit

Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.

 

De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.

Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.

 

De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.


Overdenkingen:
150 jaar vrijzinnigheid
22 november 2020
De rijke jongeling
18 oktober 2020
Omgang met elkaar
20 september 2020
overdenking
16 augustus 2020
de creativiteit van eva
21 juni 2020
Paasboodschap 2020
12 april 2020
overdenking Jezus
16 februari 2020
Overdenking Simson
19 januari 2020
kerstoverdenking
25 december 2019
de vrijheid van Paulus
15 december 2019
overdenking
24 november 2019
spiritualiteit toen en nu
20 oktober 2019
Overdenking (wantrouwen machthebbers)
15 september 2019
klein en groot
01 september 2019
Pinksteroverdenking
09 juni 2019
de vrouw
19 mei 2019
paasoverdenking
21 april 2019
de verzoekingen van Jezus
17 maart 2019
vergankelijkheid
17 februari 2019
de zin van religie
20 januari 2019
spiritualiteit van kerst
25 december 2018
Het kinderpardon
09 december 2018
Vertrouwen
09 december 2018
overdenking (verlies van godsbeelden)
25 november 2018
Overgangen
21 oktober 2018
De anderen
02 september 2018
De richting van je leven
17 juni 2018
Overdenking Pinksteren (bezinning)
20 mei 2018
paasoverdenking
01 april 2018
innerlijke tegenkracht
18 maart 2018
De verlamde man
19 februari 2018
Toren van Babel
21 januari 2018
Kerstoverdenking
25 december 2017
Job
26 november 2017
De zondebok
15 oktober 2017
Het tiende gebod
17 september 2017
vrijheid
03 september 2017
overdenking Pinksteren
04 juni 2017
Meimaand Mariamaand
14 mei 2017
Overdenking Pasen 2017
16 april 2017
Blijf niet staren op wat vroeger was
19 maart 2017
Het nut van religie
19 februari 2017
overdenking kerst
25 december 2016
Beloften
11 december 2016
De roeping van Mozes
20 november 2016
Licht
16 oktober 2016
De ongrijpbaarheid van de liefde
18 september 2016
Schuld en schaamte
03 juli 2016
Angst
19 juni 2016
Pinksterpreek
15 mei 2016
Paaspreek
27 maart 2016
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan
21 februari 2016
Het vijfde gebod
17 januari 2016
Kerstpreek 2015
25 december 2015
Menselijk tegenover
21 juni 2015
De trooster, heilige geest
17 mei 2015
Macht
15 maart 2015
Grondhoudingen van het koninkrijk
15 februari 2015
Kerstpreek 2014
25 december 2014
Richteren11: 29-35
16 november 2014
Correcties van de ziel
19 oktober 2014
Lazarus
21 september 2014
Licht
18 mei 2014
Paaspreek 2014
20 april 2014
De heilige geest
16 maart 2014
De bruiloft te Kana
16 februari 2014
De verloren zoon
19 januari 2014
Identiteit
17 november 2013
Eerbied voor de schepping
20 oktober 2013
Onze schaduw
15 september 2013
De ander
16 juni 2013
Pinksterpreek
19 mei 2013
Luchtfietserij
21 april 2013
Paaspreek 2013
31 maart 2013
Het koninkrijk van Jezus
17 maart 2013
Bildung
17 februari 2013
Wetenschap en wijsheid
27 januari 2013
kerstpreek 2012
25 december 2012
Wat blijft en voorbijgaat
18 november 2012
Geest
21 oktober 2012
Religie
16 september 2012
Verlangen naar eenheid
17 juni 2012
Het buitenissige
20 mei 2012
De kunst van het liefhebben
18 maart 2012
Verwachtingen
19 februari 2012
Idealisme
29 januari 2012
kerstpreek 2011
24 december 2011
Mens en tijd
20 november 2011
Vrijzinnigheid
16 oktober 2011
Wat beweegt ons?
04 september 2011
Het verlangen naar macht
15 mei 2011
Het verlangen naar macht
17 april 2011
Religie en wetenschap
20 maart 2011
Beeldvorming
20 februari 2011
De grenzen van het ego
23 januari 2011
Kerstpreek 2010
25 december 2010
Richting zoeken
27 november 2010
Metamorfosen
21 november 2010
Het goede leven
19 september 2010
Het 7e zegel
20 juni 2010
Hoeders
18 april 2010
Het onzichtbare christendom
21 maart 2010
Mozes
21 februari 2010
Simson
17 januari 2010
De Christus
15 november 2009
Hebben en zijn
18 oktober 2009
Een eigen weg
06 september 2009
Bevrijding door liefde
05 juli 2009
De verborgen Jezus
21 juni 2009
Leven in verhalen
17 mei 2009
Betekenis van het Evangelie
19 april 2009
De ander
15 maart 2009
Geest van de waarheid
15 februari 2009
God als geheim in ons leven
25 januari 2009
Kerstpreek 2008
25 december 2008
Verzet en overgave
21 december 2008
Tien geboden
16 november 2008
Relatie mens/natuur
19 oktober 2008
Het mysterie mens
21 september 2008
De geest
18 mei 2008
Liefde als leidraad
20 april 2008
Symbolen
13 april 2008
Exodus
30 december 2007
De 2e kant van de mens
16 december 2007
Geloven in de toekomst
09 december 2007
Natuur
02 december 2007
Trouw aan jezelf
26 november 2007
Projectie
19 november 2007
Geloof, hoop en liefde
12 november 2007
Vergeving
05 november 2007
Het leven als geschenk
28 oktober 2007
Ziel en geest
21 oktober 2007
Hoop
14 oktober 2007
Onderweg
07 oktober 2007
Martha en Maria
30 september 2007

De rijke jongeling

Kern van de overdenking
Jezus belooft de jongeling een schat in de hemel. Dat doet denken aan de parabel over de man die een schat in een akker vond (Matt. 13: 44) en daar zo opgetogen over was dat hij alles verkocht wat hij bezat om die akker te kunnen kopen. In feite wordt met het verhaal over de rijke jongeling en de man van de schat in de akker twee keer hetzelfde verteld: wil je het koninkrijk des hemels betreden, dan zul je er met je hele ziel en zaligheid aan moeten werken om een persoonlijkheid te ontwikkelen die de balans heeft gevonden tussen zijn goede en minder goede eigenschappen en zich niet laat afleiden door materiële zaken. Je hoeft jezelf niet bezitloos te maken, daar heeft niemand wat aan, maar je moet je hechting aan dat bezit onder controle hebben. Je moet je ervan kunnen onthechten.

 

Overdenking (de rijke jongeling)
Het relaas van de rijke jongeling in Matteüs 19 levert de nodige hoofdbrekens op als je dit wilt uitleggen op een voor ons moderne mensen acceptabele manier. Alles verkopen wat je bezit en de opbrengst aan de armen geven voor een schat in de hemel….Als je dat zo leest, denk je onmiddellijk: wat staat hier voor raar advies. Stel je voor dat je dat advies letterlijk zou nemen en zou doen wat daar staat. Je zou solliciteren naar opname in een psychiatrische kliniek. Deze reactie heb ik wel vaker als ik kennisneem van de ethische lessen van Jezus. Je vijanden liefhebben en bidden voor wie je vervolgen (Matt. 5: 44), geef aan wie iets van je vraagt en leen je geld uit als iemand van je wil lenen (Matt. 5: 42), de overbekende linkerwang die je iemand moet toekeren als hij je op je rechterwang slaat, het zijn maar een paar voorbeelden van zijn raadgevingen op ethisch terrein waar een redelijk denkend mens echt niets mee kan.
We kunnen er niets mee omdat we die uitspraken letterlijk nemen en ze lezen alsof die betrekking hebben op hoe je je hebt te gedragen. Maar dan lees je verkeerd, want het gaat niet om het verwerpen van alle aardse goederen, maar om de roerselen van de ziel. De uitspraken in Mattheüs en de Bergrede zijn aansporingen om in jezelf te keren en te aanvaarden wat je daar aantreft. Je vijanden liefhebben bijvoorbeeld, dat gaat over de donkere kantjes van je ziel. De negatieve karaktertrekjes die je hebt, je bent geneigd om die weg te stoppen, want je vindt het niet prettig dat je die minder goede eigenschappen hebt. Ze zijn de vijanden van jezelf, maar dat moet je aanvaarden. Blijf je ze wegstoppen, dan komen ze op het slechtste moment toch naar boven en dat beschadigt je ziel. De deur van het koninkrijk des hemels blijft op die manier voor jou gesloten. Dat is de psychologische benadering en daarmee krijgt het verhaal over de rijke jongeling ook een betekenis die je ontgaat als je het verhaal uiterlijk leest.
Jezus belooft de jongeling een schat in de hemel. Dat doet denken aan de parabel over de man die een schat in een akker vond (Matt. 13: 44) en daar zo opgetogen over was dat hij alles verkocht wat hij bezat om die akker te kunnen kopen. In feite wordt met het verhaal over de rijke jongeling en de man van de schat in de akker twee keer hetzelfde verteld: wil je het koninkrijk des hemels betreden, dan zul je er met je hele ziel en zaligheid aan moeten werken om een persoonlijkheid te ontwikkelen die de balans heeft gevonden tussen zijn goede en minder goede eigenschappen en zich niet laat afleiden door materiële zaken. Je hoeft jezelf niet bezitloos te maken, daar heeft niemand wat aan, maar je moet je hechting aan dat bezit onder controle hebben. Je moet je ervan kunnen onthechten.
Op een andere plaats van de Bergrede worden we aangespoord om gerechtigheid na te streven omdat we dat zelf willen, niet om daarvoor door de buitenwereld te worden geprezen. Matt. 6: 1 Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden.
Het nastreven van gerechtigheid, dat is juist voor ons in deze tijd een moeilijke opgave. De evangelist die deze woorden opschreef, deed dat in een tijd dat de wereld een stuk overzichtelijker was dan die van ons tweeduizend jaar later. De moraal die mensen erop na houden is in een stamverband dat zich staande houdt met kleinschalige landbouw en veeteelt, veel gemakkelijker te hanteren dan de vraagstukken van goed en kwaad waar wij mee te maken hebben. Er worden heel wat boeken geschreven over die vraagstukken, maar de oplossingen liggen niet voor het grijpen. Het probleem zit hem niet in de waarden die wij hebben, want die hebben we meer dan genoeg. Het probleem zit hem in de complexe wereld waarin wij leven en waarin het onveranderlijk om hele grote aantallen gaat. In een gemeenschap van een paar honderd mensen die dicht op elkaar wonen kun je overzien wat er gebeurt tussen mensen als ze zich ten opzichte van elkaar verkeerd gedragen. Maar dat wordt een stuk moeilijker met miljoenen mensen op verre werelddelen. In onze moderne, geglobaliseerde wereld zijn alle relaties tussen mensen, bedrijven en organisaties uiterst fijn vertakt en complex.
Ik kan een vredig leventje leiden in mijn eigen huis en nooit een vlieg kwaad doen, maar volgens linkse activisten ben ik toch volledig mede aansprakelijk voor het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan voor de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Volgens de socialisten wordt mijn comfortabele leventje mogelijk gemaakt door kinderarbeid die onder ellendige omstandigheden in de Derde Wereld wordt verricht. Voorvechters van dierenrechten wrijven me onder de neus dat mijn leven vervlochten is met een van de gruwelijkste misdaden uit de geschiedenis, namelijk de onderwerping van miljarden dieren aan een wreed regime van uitbuiting.
Zijn we echt schuldig aan al die dingen? Daar is eigenlijk geen zinnig antwoord op te geven. We leven te midden van een onafzienbaar netwerk van economische en politieke verbanden en die verbanden zijn wereldwijd zo ondoorzichtig en onbegrijpelijk met elkaar vervlochten dat je niet eens kan zeggen waar je schoenen zijn gemaakt of waar je overhemd of T-shirt vandaan komt.
Het wereldwijde economische systeem creëert onophoudelijk heel veel onrechtvaardigheden voor grote groepen mensen, maar hoe en waar dat gebeurt, ik weet het niet en ik kan het ook niet weten. Zelfs als we het echt willen, zijn we niet meer in staat om de grote ethische problemen op aarde te begrijpen. Neem het verbod om te stelen. In de tijd waarin dit verbod werd neergeschreven in de stenen tafelen van Mozes, betekende dat dat je niet iets mocht pakken van een ander omdat dat niet van jou was. De mensen leefden in overzichtelijke, relatief kleine groepen. De totale wereldbevolking in de toe bekende wereld telde in de tijd van Jezus naar schatting vierhonderd miljoen mensen. Nu zijn dat er volgens de Verenigde Naties 7,7 miljard. Ze waren duizenden jaren geleden georganiseerd in stammen en families en binnen die stammen en families wisten ze alles van elkaar. Maar nu?
Wat weet ik nu eigenlijk van de grote bedrijven waarin mijn pensioenfonds veel geld in heeft geïnvesteerd? Het kan best zijn dat zo’n bedrijf zich milieubewust probeert te gedragen, maar het is ook heel goed mogelijk dat het gaat om een bedrijf dat zich bezighoudt met het winnen en exploiteren van zeldzame materialen in ontwikkelingslanden en door de vraag naar mobiele telefoontjes waar die materialen voor nodig zijn, heel winstgevend is. Maar allerlei bijkomende kosten neemt het niet op zich. Het dumpt bijvoorbeeld afval in een rivier zonder zich te bekommeren om de schade die daardoor aan het drinkwater, de volksgezondheid of de plaatselijke fauna wordt veroorzaakt. Het gebruikt zijn rijkdom om een leger van advocaten in te huren dat het beschermt tegen alle eisen tot vergoeding van de schade. Het heeft ook lobbyisten in dienst met geen andere taak dan het dwarsbomen van strengere milieueisen.
Maar mijn pensioenfonds, dat van zo’n bedrijf dividend ontvangt, steelt dat dan? Als ik aandeelhouder ben van een bank die woekerpolissen afsluit en op die manier geld van zijn polishouders steelt, maak ik mij dan ook schuldig aan diefstal? Ik kan nog heel lang op deze manier doorgaan met voorbeelden, maar ik wil er alleen maar mee zeggen dat de wereld zo complex is geworden dat we niet meer kunnen weten wat ons aandeel in onrecht en uitbuiting in feite is. We lijken daarin nog steeds op die charmante en beschaafde heren en dames uit de zeventiende en achttiende eeuw die de slavenhandel financierden door aandelen en obligaties op de beurs te kopen en vervolgens hun thee te drinken met een schepje sneeuwwitte suiker, die geproduceerd werd op helse plantages waarvan ze helemaal niets wisten. Onwetendheid en onverschilligheid, ze veroorzaken meer onrecht dan haat en hebzucht.
In streng-religieuze kringen hoor je wel eens verzuchten dat de wereld beter zou zijn als iedereen zich zou houden aan de tien geboden en de vermaningen van Jezus, maar dat is een misvatting. Jezus gaf ons met het opgeheven vingertje geen geboden of verboden om na te leven, zijn leringen hadden betrekking op de toestand van de ziel van ieder mens persoonlijk. Die toestand, die hij het koninkrijk des hemels noemde, ligt binnen het bereik van een mens als hij bereid is naar zijn binnenste af te dalen en lering te trekken uit wat hij daar aantreft, maar het is geen oplossing voor het ontrafelen en herstellen van wat er mis is in een onoverzichtelijke en ingewikkelde wereld als de onze. En de tien geboden…ze leerden een woestijnvolk wel hoe ze onderling met elkaar dienden om te gaan, maar ze vertellen ons niet hoe we het hoofd moeten bieden aan grootschalige economische uitbuiting en sociale onderdrukking van de achtergestelde mensen op deze aarde. Natuurlijk kunnen we wel aan informatie komen. We kunnen op internet nazoeken waar wel en waar niet en door wie verantwoord wordt geproduceerd en waar rekeningen wordt gehouden met de belangen van mensen die het niet zo getroffen hebben. Maar je weet niet altijd of het internet je ook de ware feiten geeft, je kunt dat niet altijd in volle omvang nazoeken en controleren.
Je weet niet genoeg om te begrijpen hoe het er op wereldniveau aan toe gaat. Het is gewoon te groot en te complex om daar een waarheidsgetrouw beeld van te krijgen. Maar hoe moet je er dan wel in staan, met je idealen van een humane en rechtvaardige samenleving van mensen? De realiteit is frustrerend complex en die zal, alle veranderingen die nog op ons afkomen ten spijt, er echt niet eenvoudiger op worden.
Je moet oppassen met vergelijkingen, want ze gaan vaak mank. Maar er zit wel een zekere overeenkomst tussen ons en de rijke jongeling. Wij hebben het nodige bezit en materieel gezien niet veel redenen tot ontevredenheid. Maar door de situatie in de wereld om ons heen knaagt er iets. Het zou allemaal niet op de oude voet moeten doorgaan, maar hoe moet het anders? We weten het niet. Er is geen duidelijke oplossing voor de ethische dilemma’s van onze tijd.
Wat overblijft is het contact met je directe naasten, degenen die je dierbaar zijn en de anderen met wie je je opvattingen deelt over wat wel en wat niet nagestreefd zou moeten worden.
Om dat contact zinvol en liefdevol te houden, is nodig dat je bewust leeft, dat je weet dat je er bent. En je weet hebt van de anderen met wie je omgaat. Om er attent op te zijn als die anderen iets in je wakker maken. En die anderen ook stimuleren om bewust te leven, om na te gaan wat de werkelijke waarde van de dingen is. Zo’n beetje als met die schat in de akker.
Het lijkt misschien niet zo spectaculair en adembenemend. Maar het is alle moeite waard om in de kleine kring waarin je je beweegt, je aan de ander te tonen in blijdschap en verdriet, in liefde en vreugde, in de verstilling en in het lawaai. Als je daartoe in staat bent, dan draag je al heel wat bij aan een betere en rechtvaardigere samenleving. Want tenslotte zijn het toch altijd de kleine dingen die het hem doen. Dat denkbeeld kunnen we koesteren en vasthouden en laten we dat dan ook voortdurend doen.

 

 

 

Kern van de overdenking
Jezus belooft de jongeling een schat in de hemel. Dat doet denken aan de parabel over de man die een schat in een akker vond (Matt. 13: 44) en daar zo opgetogen over was dat hij alles verkocht wat hij bezat om die akker te kunnen kopen. In feite wordt met het verhaal over de rijke jongeling en de man van de schat in de akker twee keer hetzelfde verteld: wil je het koninkrijk des hemels betreden, dan zul je er met je hele ziel en zaligheid aan moeten werken om een persoonlijkheid te ontwikkelen die de balans heeft gevonden tussen zijn goede en minder goede eigenschappen en zich niet laat afleiden door materiële zaken. Je hoeft jezelf niet bezitloos te maken, daar heeft niemand wat aan, maar je moet je hechting aan dat bezit onder controle hebben. Je moet je ervan kunnen onthechten.
Overdenking (de rijke jongeling)
Het relaas van de rijke jongeling in Matteüs 19 levert de nodige hoofdbrekens op als je dit wilt uitleggen op een voor ons moderne mensen acceptabele manier. Alles verkopen wat je bezit en de opbrengst aan de armen geven voor een schat in de hemel….Als je dat zo leest, denk je onmiddellijk: wat staat hier voor raar advies. Stel je voor dat je dat advies letterlijk zou nemen en zou doen wat daar staat. Je zou solliciteren naar opname in een psychiatrische kliniek. Deze reactie heb ik wel vaker als ik kennisneem van de ethische lessen van Jezus. Je vijanden liefhebben en bidden voor wie je vervolgen (Matt. 5: 44), geef aan wie iets van je vraagt en leen je geld uit als iemand van je wil lenen (Matt. 5: 42), de overbekende linkerwang die je iemand moet toekeren als hij je op je rechterwang slaat, het zijn maar een paar voorbeelden van zijn raadgevingen op ethisch terrein waar een redelijk denkend mens echt niets mee kan.
We kunnen er niets mee omdat we die uitspraken letterlijk nemen en ze lezen alsof die betrekking hebben op hoe je je hebt te gedragen. Maar dan lees je verkeerd, want het gaat niet om het verwerpen van alle aardse goederen, maar om de roerselen van de ziel. De uitspraken in Mattheüs en de Bergrede zijn aansporingen om in jezelf te keren en te aanvaarden wat je daar aantreft. Je vijanden liefhebben bijvoorbeeld, dat gaat over de donkere kantjes van je ziel. De negatieve karaktertrekjes die je hebt, je bent geneigd om die weg te stoppen, want je vindt het niet prettig dat je die minder goede eigenschappen hebt. Ze zijn de vijanden van jezelf, maar dat moet je aanvaarden. Blijf je ze wegstoppen, dan komen ze op het slechtste moment toch naar boven en dat beschadigt je ziel. De deur van het koninkrijk des hemels blijft op die manier voor jou gesloten. Dat is de psychologische benadering en daarmee krijgt het verhaal over de rijke jongeling ook een betekenis die je ontgaat als je het verhaal uiterlijk leest.
Jezus belooft de jongeling een schat in de hemel. Dat doet denken aan de parabel over de man die een schat in een akker vond (Matt. 13: 44) en daar zo opgetogen over was dat hij alles verkocht wat hij bezat om die akker te kunnen kopen. In feite wordt met het verhaal over de rijke jongeling en de man van de schat in de akker twee keer hetzelfde verteld: wil je het koninkrijk des hemels betreden, dan zul je er met je hele ziel en zaligheid aan moeten werken om een persoonlijkheid te ontwikkelen die de balans heeft gevonden tussen zijn goede en minder goede eigenschappen en zich niet laat afleiden door materiële zaken. Je hoeft jezelf niet bezitloos te maken, daar heeft niemand wat aan, maar je moet je hechting aan dat bezit onder controle hebben. Je moet je ervan kunnen onthechten.
Op een andere plaats van de Bergrede worden we aangespoord om gerechtigheid na te streven omdat we dat zelf willen, niet om daarvoor door de buitenwereld te worden geprezen. Matt. 6: 1 Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden.
Het nastreven van gerechtigheid, dat is juist voor ons in deze tijd een moeilijke opgave. De evangelist die deze woorden opschreef, deed dat in een tijd dat de wereld een stuk overzichtelijker was dan die van ons tweeduizend jaar later. De moraal die mensen erop na houden is in een stamverband dat zich staande houdt met kleinschalige landbouw en veeteelt, veel gemakkelijker te hanteren dan de vraagstukken van goed en kwaad waar wij mee te maken hebben. Er worden heel wat boeken geschreven over die vraagstukken, maar de oplossingen liggen niet voor het grijpen. Het probleem zit hem niet in de waarden die wij hebben, want die hebben we meer dan genoeg. Het probleem zit hem in de complexe wereld waarin wij leven en waarin het onveranderlijk om hele grote aantallen gaat. In een gemeenschap van een paar honderd mensen die dicht op elkaar wonen kun je overzien wat er gebeurt tussen mensen als ze zich ten opzichte van elkaar verkeerd gedragen. Maar dat wordt een stuk moeilijker met miljoenen mensen op verre werelddelen. In onze moderne, geglobaliseerde wereld zijn alle relaties tussen mensen, bedrijven en organisaties uiterst fijn vertakt en complex.
Ik kan een vredig leventje leiden in mijn eigen huis en nooit een vlieg kwaad doen, maar volgens linkse activisten ben ik toch volledig mede aansprakelijk voor het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan voor de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Volgens de socialisten wordt mijn comfortabele leventje mogelijk gemaakt door kinderarbeid die onder ellendige omstandigheden in de Derde Wereld wordt verricht. Voorvechters van dierenrechten wrijven me onder de neus dat mijn leven vervlochten is met een van de gruwelijkste misdaden uit de geschiedenis, namelijk de onderwerping van miljarden dieren aan een wreed regime van uitbuiting.
Zijn we echt schuldig aan al die dingen? Daar is eigenlijk geen zinnig antwoord op te geven. We leven te midden van een onafzienbaar netwerk van economische en politieke verbanden en die verbanden zijn wereldwijd zo ondoorzichtig en onbegrijpelijk met elkaar vervlochten dat je niet eens kan zeggen waar je schoenen zijn gemaakt of waar je overhemd of T-shirt vandaan komt.
Het wereldwijde economische systeem creëert onophoudelijk heel veel onrechtvaardigheden voor grote groepen mensen, maar hoe en waar dat gebeurt, ik weet het niet en ik kan het ook niet weten. Zelfs als we het echt willen, zijn we niet meer in staat om de grote ethische problemen op aarde te begrijpen. Neem het verbod om te stelen. In de tijd waarin dit verbod werd neergeschreven in de stenen tafelen van Mozes, betekende dat dat je niet iets mocht pakken van een ander omdat dat niet van jou was. De mensen leefden in overzichtelijke, relatief kleine groepen. De totale wereldbevolking in de toe bekende wereld telde in de tijd van Jezus naar schatting vierhonderd miljoen mensen. Nu zijn dat er volgens de Verenigde Naties 7,7 miljard. Ze waren duizenden jaren geleden georganiseerd in stammen en families en binnen die stammen en families wisten ze alles van elkaar. Maar nu?
Wat weet ik nu eigenlijk van de grote bedrijven waarin mijn pensioenfonds veel geld in heeft geïnvesteerd? Het kan best zijn dat zo’n bedrijf zich milieubewust probeert te gedragen, maar het is ook heel goed mogelijk dat het gaat om een bedrijf dat zich bezighoudt met het winnen en exploiteren van zeldzame materialen in ontwikkelingslanden en door de vraag naar mobiele telefoontjes waar die materialen voor nodig zijn, heel winstgevend is. Maar allerlei bijkomende kosten neemt het niet op zich. Het dumpt bijvoorbeeld afval in een rivier zonder zich te bekommeren om de schade die daardoor aan het drinkwater, de volksgezondheid of de plaatselijke fauna wordt veroorzaakt. Het gebruikt zijn rijkdom om een leger van advocaten in te huren dat het beschermt tegen alle eisen tot vergoeding van de schade. Het heeft ook lobbyisten in dienst met geen andere taak dan het dwarsbomen van strengere milieueisen.
Maar mijn pensioenfonds, dat van zo’n bedrijf dividend ontvangt, steelt dat dan? Als ik aandeelhouder ben van een bank die woekerpolissen afsluit en op die manier geld van zijn polishouders steelt, maak ik mij dan ook schuldig aan diefstal? Ik kan nog heel lang op deze manier doorgaan met voorbeelden, maar ik wil er alleen maar mee zeggen dat de wereld zo complex is geworden dat we niet meer kunnen weten wat ons aandeel in onrecht en uitbuiting in feite is. We lijken daarin nog steeds op die charmante en beschaafde heren en dames uit de zeventiende en achttiende eeuw die de slavenhandel financierden door aandelen en obligaties op de beurs te kopen en vervolgens hun thee te drinken met een schepje sneeuwwitte suiker, die geproduceerd werd op helse plantages waarvan ze helemaal niets wisten. Onwetendheid en onverschilligheid, ze veroorzaken meer onrecht dan haat en hebzucht.
In streng-religieuze kringen hoor je wel eens verzuchten dat de wereld beter zou zijn als iedereen zich zou houden aan de tien geboden en de vermaningen van Jezus, maar dat is een misvatting. Jezus gaf ons met het opgeheven vingertje geen geboden of verboden om na te leven, zijn leringen hadden betrekking op de toestand van de ziel van ieder mens persoonlijk. Die toestand, die hij het koninkrijk des hemels noemde, ligt binnen het bereik van een mens als hij bereid is naar zijn binnenste af te dalen en lering te trekken uit wat hij daar aantreft, maar het is geen oplossing voor het ontrafelen en herstellen van wat er mis is in een onoverzichtelijke en ingewikkelde wereld als de onze. En de tien geboden…ze leerden een woestijnvolk wel hoe ze onderling met elkaar dienden om te gaan, maar ze vertellen ons niet hoe we het hoofd moeten bieden aan grootschalige economische uitbuiting en sociale onderdrukking van de achtergestelde mensen op deze aarde. Natuurlijk kunnen we wel aan informatie komen. We kunnen op internet nazoeken waar wel en waar niet en door wie verantwoord wordt geproduceerd en waar rekeningen wordt gehouden met de belangen van mensen die het niet zo getroffen hebben. Maar je weet niet altijd of het internet je ook de ware feiten geeft, je kunt dat niet altijd in volle omvang nazoeken en controleren.
Je weet niet genoeg om te begrijpen hoe het er op wereldniveau aan toe gaat. Het is gewoon te groot en te complex om daar een waarheidsgetrouw beeld van te krijgen. Maar hoe moet je er dan wel in staan, met je idealen van een humane en rechtvaardige samenleving van mensen? De realiteit is frustrerend complex en die zal, alle veranderingen die nog op ons afkomen ten spijt, er echt niet eenvoudiger op worden.
Je moet oppassen met vergelijkingen, want ze gaan vaak mank. Maar er zit wel een zekere overeenkomst tussen ons en de rijke jongeling. Wij hebben het nodige bezit en materieel gezien niet veel redenen tot ontevredenheid. Maar door de situatie in de wereld om ons heen knaagt er iets. Het zou allemaal niet op de oude voet moeten doorgaan, maar hoe moet het anders? We weten het niet. Er is geen duidelijke oplossing voor de ethische dilemma’s van onze tijd.
Wat overblijft is het contact met je directe naasten, degenen die je dierbaar zijn en de anderen met wie je je opvattingen deelt over wat wel en wat niet nagestreefd zou moeten worden.
Om dat contact zinvol en liefdevol te houden, is nodig dat je bewust leeft, dat je weet dat je er bent. En je weet hebt van de anderen met wie je omgaat. Om er attent op te zijn als die anderen iets in je wakker maken. En die anderen ook stimuleren om bewust te leven, om na te gaan wat de werkelijke waarde van de dingen is. Zo’n beetje als met die schat in de akker.
Het lijkt misschien niet zo spectaculair en adembenemend. Maar het is alle moeite waard om in de kleine kring waarin je je beweegt, je aan de ander te tonen in blijdschap en verdriet, in liefde en vreugde, in de verstilling en in het lawaai. Als je daartoe in staat bent, dan draag je al heel wat bij aan een betere en rechtvaardigere samenleving. Want tenslotte zijn het toch altijd de kleine dingen die het hem doen. Dat denkbeeld kunnen we koesteren en vasthouden en laten we dat dan ook voortdurend doen.