Mr.drs. Johan de Wit

Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.

 

De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.

Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.

 

De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.


Overdenkingen:
Ruth
21 november 2021
Twijfels
17 oktober 2021
Overdenking (Jeremia en Jezus)
19 september 2021
Overdenking (David en Goliath)
15 augustus 2021
demonen
13 juni 2021
Pinksteroverdenking
23 mei 2021
Kerstoverdenking 2020
25 december 2020
150 jaar vrijzinnigheid
22 november 2020
De rijke jongeling
18 oktober 2020
Omgang met elkaar
20 september 2020
overdenking
16 augustus 2020
de creativiteit van eva
21 juni 2020
Paasboodschap 2020
12 april 2020
overdenking Jezus
16 februari 2020
Overdenking Simson
19 januari 2020
kerstoverdenking
25 december 2019
de vrijheid van Paulus
15 december 2019
overdenking
24 november 2019
spiritualiteit toen en nu
20 oktober 2019
Overdenking (wantrouwen machthebbers)
15 september 2019
klein en groot
01 september 2019
Pinksteroverdenking
09 juni 2019
de vrouw
19 mei 2019
paasoverdenking
21 april 2019
de verzoekingen van Jezus
17 maart 2019
vergankelijkheid
17 februari 2019
de zin van religie
20 januari 2019
spiritualiteit van kerst
25 december 2018
Het kinderpardon
09 december 2018
Vertrouwen
09 december 2018
overdenking (verlies van godsbeelden)
25 november 2018
Overgangen
21 oktober 2018
De anderen
02 september 2018
De richting van je leven
17 juni 2018
Overdenking Pinksteren (bezinning)
20 mei 2018
paasoverdenking
01 april 2018
innerlijke tegenkracht
18 maart 2018
De verlamde man
19 februari 2018
Toren van Babel
21 januari 2018
Kerstoverdenking
25 december 2017
Job
26 november 2017
De zondebok
15 oktober 2017
Het tiende gebod
17 september 2017
vrijheid
03 september 2017
overdenking Pinksteren
04 juni 2017
Meimaand Mariamaand
14 mei 2017
Overdenking Pasen 2017
16 april 2017
Blijf niet staren op wat vroeger was
19 maart 2017
Het nut van religie
19 februari 2017
overdenking kerst
25 december 2016
Beloften
11 december 2016
De roeping van Mozes
20 november 2016
Licht
16 oktober 2016
De ongrijpbaarheid van de liefde
18 september 2016
Schuld en schaamte
03 juli 2016
Angst
19 juni 2016
Pinksterpreek
15 mei 2016
Paaspreek
27 maart 2016
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan
21 februari 2016
Het vijfde gebod
17 januari 2016
Kerstpreek 2015
25 december 2015
Menselijk tegenover
21 juni 2015
De trooster, heilige geest
17 mei 2015
Macht
15 maart 2015
Grondhoudingen van het koninkrijk
15 februari 2015
Kerstpreek 2014
25 december 2014
Richteren11: 29-35
16 november 2014
Correcties van de ziel
19 oktober 2014
Lazarus
21 september 2014
Licht
18 mei 2014
Paaspreek 2014
20 april 2014
De heilige geest
16 maart 2014
De bruiloft te Kana
16 februari 2014
De verloren zoon
19 januari 2014
Identiteit
17 november 2013
Eerbied voor de schepping
20 oktober 2013
Onze schaduw
15 september 2013
De ander
16 juni 2013
Pinksterpreek
19 mei 2013
Luchtfietserij
21 april 2013
Paaspreek 2013
31 maart 2013
Het koninkrijk van Jezus
17 maart 2013
Bildung
17 februari 2013
Wetenschap en wijsheid
27 januari 2013
kerstpreek 2012
25 december 2012
Wat blijft en voorbijgaat
18 november 2012
Geest
21 oktober 2012
Religie
16 september 2012
Verlangen naar eenheid
17 juni 2012
Het buitenissige
20 mei 2012
De kunst van het liefhebben
18 maart 2012
Verwachtingen
19 februari 2012
Idealisme
29 januari 2012
kerstpreek 2011
24 december 2011
Mens en tijd
20 november 2011
Vrijzinnigheid
16 oktober 2011
Wat beweegt ons?
04 september 2011
Het verlangen naar macht
15 mei 2011
Het verlangen naar macht
17 april 2011
Religie en wetenschap
20 maart 2011
Beeldvorming
20 februari 2011
De grenzen van het ego
23 januari 2011
Kerstpreek 2010
25 december 2010
Richting zoeken
27 november 2010
Metamorfosen
21 november 2010
Het goede leven
19 september 2010
Het 7e zegel
20 juni 2010
Hoeders
18 april 2010
Het onzichtbare christendom
21 maart 2010
Mozes
21 februari 2010
Simson
17 januari 2010
De Christus
15 november 2009
Hebben en zijn
18 oktober 2009
Een eigen weg
06 september 2009
Bevrijding door liefde
05 juli 2009
De verborgen Jezus
21 juni 2009
Leven in verhalen
17 mei 2009
Betekenis van het Evangelie
19 april 2009
De ander
15 maart 2009
Geest van de waarheid
15 februari 2009
God als geheim in ons leven
25 januari 2009
Kerstpreek 2008
25 december 2008
Verzet en overgave
21 december 2008
Tien geboden
16 november 2008
Relatie mens/natuur
19 oktober 2008
Het mysterie mens
21 september 2008
De geest
18 mei 2008
Liefde als leidraad
20 april 2008
Symbolen
13 april 2008
Exodus
30 december 2007
De 2e kant van de mens
16 december 2007
Geloven in de toekomst
09 december 2007
Natuur
02 december 2007
Trouw aan jezelf
26 november 2007
Projectie
19 november 2007
Geloof, hoop en liefde
12 november 2007
Vergeving
05 november 2007
Het leven als geschenk
28 oktober 2007
Ziel en geest
21 oktober 2007
Hoop
14 oktober 2007
Onderweg
07 oktober 2007
Martha en Maria
30 september 2007

Pinksteroverdenking

Kern van de overdenking

In het samenzijn van de volgelingen van Jezus begint een geestelijk evolutieproces. Waar mensen bij elkaar komen. kan dat gebeuren. Ze inspireren elkaar, hun gezichten lichten op en ze verstaan elkaar woordeloos, ze scheppen ruimte om te ademen.

 

Overdenking

Als een dominee de kansel beklimt en de bijbel openslaat, dan zegt hij: heden verkondig ik u de blijde boodschap. Maar als een schriftgeleerde de bijbel openslaat, en het woord neemt, dan zegt hij: we hebben een probleem. Predikanten en bijbelgeleerden beoefenen verschillende takken van sport en de vrijzinnige uitleg van de bijbel houdt een beetje het midden tussen de boodschap van de domninee en die van de exegeet.

 

Het pinksterverhaal van Lucas laat zich niet zo gemakkelijk geloofwaardig uitleggen. Het zit vol met bovennatuurlijke verschijnselen die het je onmogelijk maken om Lucas het voordeel van de twijfel te geven. De geest waait waar hij wil, maar Handelingen 2 lijkt wel erg veel op een vertelling uit het genre fantasy.

 

Je kan het terzijde schuiven. Met elkaar afspreken dat dit fragment uit het boek Handelingen zo weinig aansluiting heeft bij onze denk- en leefwereld, dat het alleen maar kwelling des geestes is om daaraan een bijzondere uitleg te willen geven. Zo’n afspraak kun je maken, maar dan ga je natuurlijk wel voorbij aan de symboliek waarvan Lucas zich heeft bediend.

 

Pinksteren valt op de vijftigste dag na Pasen. Dat is geen toevallig getal, want de hemelvaart vindt plaats op de veertigste dag na de dood van Christus. Op donderdag vaart hij ten hemel en tien dagen later is het de dag van het Zeven Weken-feest. Het is dan zeven weken geleden dat de sikkel in het eerste volgroeide koren werd geslagen en de Jood herdenkt op die vijftigste dag dat God op de Sinaï zijn wetgeving aan de mensheid bracht. Daarom heet het feest in de joodse traditie vreugde der wet.

 

Met Pinksteren begint na het zevenvoud van de achterliggende weken het achtste tijdperk. De achtste dag is bij de antieken en bij andere oude grote godsdiensten de symbolische aanduiding van een nieuw bewustzijn. Wat met de zeven is voltooid, wordt met de acht vernieuwd. In Egypte was acht het getal van Hermes, de hoogste godheid.

 

Niet zonder reden bereikte de achtste aartsvader Methusalem de hoogste leeftijd en bevonden zich in de ark van Noach acht personen die de zondvloed overleefden. De acht zaligsprekingen van Jezus en het achtvoudige pad van de Boeddha bevestigen de vernieuwenden kracht die in het getal acht besloten ligt in de voorstellingswereld van ons verre voorgeslacht. Het getal acht duikt steeds op waar er sprake is van een begin, het aanbreken van een nieuwe fase. Joodse kinderen worden op de achtste dag na hun geboorte besneden, de achtste toon is de eerste toon van een volgende octaaf.

 

Ook inhoudelijk bevat de vertelling van Lukas veel symboliek. Er is sprake van een windvlaag, een heel sterke windvlaag. Lukas was bekend met de OT'ische geschriften en wist dat het Hebreeuwse Ruach wind en adem betekent. Ook het NT'ische woord Pneuma heeft deze betekenis. Voor de bijbelse mens kwam de wind, net als andere natuurverschijnselen, van God. Wind fungeert als boodschapper van Gods bedoelingen. Elke opvallende windstoot is voor de Israëliet een teken dat de hemel zich naar de aarde begeeft en de eerste christelijke gemeente, die toentertijd nog uitsluitend uit Joden bestond, beleeft dit verschijnsel als goddelijke presentie, waarin een boodschap schuilgaat. En door Lukas als symbool van Gods aanwezigheid gebruikt en weergegeven.

 

De vuurtongen verwijzen ook naar het goddelijke. Al vanaf de eerste vormen van beschaving erkenden de volken van de aarde de onmisbaarheid van vuur voor de instandhouding van het leven. Zij meenden dat de goden het vuur geschapen hadden om het aan de mensen op aarde te geven. Maar het vuur is, kenmerkend voor de grillige aard van goden, meerzijdig van aard. Het kan reinigend en zuiverend zijn, maar ook vernietigend en bedreigend. Vuur is een sterk symbool voor de goddelijke invloed op al het aardse en dus gebruikt Lukas de vlammen boven de hoofden om de goddelijke inblazing te verbeelden.

 

Met de tongentaal is het niet anders. Er zijn weinig lichaamsdelen die zo veelvuldig deel uitmaken van gezegden, uitdrukkingen en spreekwoorden als de mond, de lippen en de tong. Dat is geen wonder, want de mond vervult een onmisbare rol in het menselijk bestaan. Het is de verbinding tussen de buitenkant en de binnenkant. Aan de ene kant is het een instrument om ons in leven te houden, want met de mond noemen wij voedsel tot ons. Maar het is ook een instrument om onze gedachten en ervaringen mee naar buiten te brengen, om mededeling te doen van wat zich in ons binnnenste beweegt.

 

Door de woorden die een mens spreekt en de taal die hij gebruikt, ontdekken we iets van zijn identiteit. Dat is de bijbelschrijvers niet ontgaan, want het spreken van de mens en van God is daar het communicatiemiddel bij uitstek. De symboliek van de mond en de tong als verbinding tussen buitenkant en binnnenkant treedt in het Pinksterverhaal onontkoombaar duidelijk op. Voor het innerlijke oog van de leerlingen verschijnen tongen van vuur. Dat verwijst naar de mond van God, waar de vuurtongen vandaan komen en naar de mond van de leerlingen. Gods mond raakt hun mond en stelt de tongen van de apostelen in staat om de taal van de Heer te spreken. De spraakverwarring van de toren van Babel die twist en vervreemding veroorzaakte, wordt door de taal van bovenaf doorbroken.

 

Lukas gebruikt deze symbolische beelden om daarmee te vertellen dat de volgelingen van Jezus op een ander en hoger bewustzijnsniveau kwamen. Als je de symboliek letterlijk neemt, kom je aan de betekenis van het pinkstergebeuren niet toe, je blijft steken in de onmogelijkheid van de beschreven gebeurtenissen. Een Heilige Geest die zich als bovennatuurlijk wezen uitstort over mensen, dat is een absurde gedachte die niet kan overtuigen. Dat vraagt dus om een uitleg, een interpretatie die wel voorstelbaar en aannemelijk is.

 

Ik ben een modern mens en ik leef in de 21ste eeuw. Lucas gebruikt symbolen die zijn tijdgenoten aanspraken, maar die symbolen hebben in mijn tijd geen bijzonderebeteknis meer. Vuur en wind, vlammen en tongentaal, dat zijn voor ons geen verwijzingen naar de goddelijke invloed op ons bestaan. Ons leven is nog steeds vol raadsels, maar achter die raadsels zien wij geen goddelijke hand aan het werk. De vragen die wij hebben gaan uitsluitend over de invoed die wij als mens uitoefenen op de wereld waarin we leven en hoe wij die invloed kunnen gebruiken in positieve zin, zodat dat ten goede komt aan die wereld.

 

In het onderling verkeer tussen mensen is ook behoefte aan invloed in positieve zin. De elektronische revolutie heeft ons veel gemak gebracht, maar ook een verschraling van de menselijke factor in het contact tussen mensen. Ons dagelijkse doen en laten wordt voor een groot deel door algoritmen beïnvloed en wij zijn er niet altijd blij mee.

Jezus predikte een omgang tussen mensen die beheerst werd door mededogen, begrip en liefde. Voor hem zijn er geen wetten die boven het gebod van de naastenliefde gaan., voor hem bestonden alleen angstige mensen die verlost moesten worden uit de geestelijke gevangenis waarin zij zich hadden opgesloten.

 

Hij spoorde mensen aan om in hun ziel te kijken en daaruit conclusies te trekken voor hun levenswandel. Hij verkeerde op voet van oorlog met de priesters die het volk in naam van God vastketenden in geboden en godsdienstige gebruiken en hij wilde dat mensen hun innerlijke vrijheid ontdekten. Niet de gestolde godsdienst, maar de mens als individu staat bij hem in het teken van zijn boodschap. Mensen moeten worden bevrijd van de dwang van buitenaf omdat zij anders de vrijheid in zichzelf niet kunnen vinden.

 

Na zijn dood weerklinkt zijn stem nog in de harten van zijn volgelingen. Zij zijn op het joodse wekenfeest bij elkaar gekomen om daarmee recht te doen aan de traditie. En in hun gezamenlijkheid hervinden zij in de gelijkgestemdheid van hun gevoelens en gedachten jegens hun overleden leermeester weer nieuwe inspiratie. De empathie die Jezus hen voorhield als noodzakelijk element van alle omgang tussen mensen, vindt zijn uitdrukking in het verstaan van elkaar, ongeacht de taal die ieder van hen spreekt. Het enthousiasme waarmee men elkaar bejegent, doet de gezichten van de anderen oplichten als zonnestralen die de schaduwen verdrijven. Er is in de benauwdheid van de tradities ineens weer ruimte om te ademen en zij voelen het als een frisse wind in de bedomptheid van hun gewoonten en gebruiken.

 

In het samenzijn van de volgelingen van Jezus begint een geestelijk evolutieproces. Waar mensen bij elkaar komen. kan dat gebeuren. Ze inspireren elkaar, hun gezichten lichten op en ze verstaan elkaar woordeloos, ze scheppen ruimte om te ademen.

 

We zijn de voorstellingswereld van de antieke mens wel voor een groot deel ontgroeid. Natuurverschijnselen schrijven we niet meer toe aan de grillen van goden, we weten hoe de mechaniek daarvan in elkaar steekt. En we hebben op het terrein van omgang tussen mensen onderling en de verstandhouding van volken met elkaar ook in het groot ook geprobeerd om stappen te zetten. De verenigde naties en de verdragen die daarbij horen zijn aanzetten tot een wereld waarin menselijkheid het leidend principe is. Maar meer dan aanzetten zijn het niet, op allerlei plaatsen gebeuren nog steeds de verschrikkelijkste dingen, door mensen aan andere mensen aangedaan.

 

De pinksterboodschap wint er alleen maar door aan actualiteit. Die boodschap is: laat je inspireren door de gedachte dat wij nog steeds in ontwikkeling zijn en dat die ontwikkeling moet leiden naar een wereld waarin mensen geen angst meer hoeven te hebben.

 

Want nog veel te veel is angst de rode draad die door onze westerse beschaving loopt. Uit angst voor voedingstekorten verzamelen we voor ons zelf zoveel voedsel dat tweederde van de wereldbevolking het bijna zonder moet doen. Uit angst voor het afstaan van verworvenheden weigeren we vreemdelingen de toegang tot het eigen land. En uit angst voor vijanden hebben we wapens gemaakt die de gehele planeet waarop we wonen kunnen vernietigen. Maar Pinksteren vraagt aan ons: ben je nu eindelijk zover dat je begrijpt dat het niet de angst is, maar het vertrouwen en de empathische gemeenschap tussen mensen die recht en gerechtigheid in een vrije wereld brengen?