Walkartgemeenschap Zeist, Kerkweg 19-23, 3701 Zeist
Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.
De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.
Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.
De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.
Kern van de overdenking
Wij moeten leven naar het beginsel dat wij als vrijzinnigen onze voornaamste kwaliteit - beweeglijkheid in het maatschappelijke veld - niet onder de korenmaat moeten zetten. Wij zijn verlichte, redelijke en verdraagzame mensen.
Die eigenschappen kun je natuurlijk onder een bak zetten als de korenmaat zodat dat lichtje daarvan rustig buiten de wind kan blijven branden, maar niemand ziet dat dan en op den duur gaat dat lichtje uit zonder dat iemand het heeft gemerkt.
Overdenking (korenmaat)
Het is nu nog volop zomer, maar binnenkort is het weer herfst. Een van de seizoenen waarmee we jaarlijks in aanraking komen. Het is een jaargetijde met bijzondere kenmerken, want in de herfst ondergaat de natuur een grote gedaanteverwisseling. De bomen en de struiken leggen de ballast van het gebladerte af en het oude jaar wordt achtergelaten, een nieuw jaar begint. De natuur verliest haar bonte kleuren en het wordt donker, koud en stil. De planten en de dieren, ze trekken zich terug.
Ook op ons als mensen werkt het in. We worden meer naar binnen gericht. Wanneer de dagen geleidelijk steeds donkerder worden, kun je je naar binnen keren, in de beslotenheid van je woning afstand nemen van het dagelijkse gewoel.
Als je het spiritueel ziet, kun je zeggen dat de herfst gaat over het loslaten van wat je niet meer nodig hebt, van wat je anders tegenhoudt. Net zoals de bladeren van de boom langzaam, één voor één, naar de grond vallen. In de herfst kun je de lessen die je tijdens de zomer hebt opgedaan, door de activiteiten die je ondernam, verfijnen en onderdeel maken van je beschouwingen over jezelf, het leven dat je leidt en en de gebeurtenissen die je bijgebleven zijn. Stilstaan met wat dit met je heeft gedaan en hoe je je zou kunnen ontwikkelen aan de hand van die ervaringen.
Het hoort allemaal bij de wisseling der seizoenen en al sinds onheugelijke tijden hebben mensen verklaringen gezocht voor het verschijnsel van de wisseling van de jaargetijden. In de Griekse mythologie sponnen de ouden er een prachtig verhaal omheen.
Persephone was de geliefde dochter van Demeter, de godin van de vruchtbaarheid. Op een dag werd zij ontvoerd door Hades, de oppergod van de onderwereld, het dodenrijk. In dit dodenrijk zou zij voortaan als gemalin van Hades moeten verblijven. Demeter was ontroostbaar en verwaarloosde haar taak als vruchtbaarheidsgodin. De mensen op aarde zagen hun oogsten mislukken en leden honger.
Zeus, de oppergod, kon het niet meer aanzien en deed een poging om zijn broer Hades ertoe te brengen om afstand te doen van Persephone en haar terug te brengen bij Demeter. Dat lukte aanvankelijk niet, want Persephone had al iets gegeten in het dodenrijk en als dat zo was, kon je niet meer terug. Uiteindelijk werd een compromis bereikt, tijdens twee gedeelten van het jaar mocht Persephone bij haar moeder zijn, maar de rest van het jaar moest zij weer naar de onderwereld. In die gedeelten van het jaar dat Demeter weer met haar dochter is verenigd, is zij blij en vervult zij opgewekt haar taken. Dat gebeurt in het voorjaar en in de zomer, maar in de herfst en in de winter is zij gescheiden van haar dochter en staat alles in de natuur stil.
Wij weten dat deze mythologische vertelling niets met de werkelijkheid van doen heeft. Wetenschappers hebben ons geleerd dat de seizoenen ontstaan door de kanteling van de aardas. Door die kanteling kan de zon tijdens de cyclus die de aarde jaarlijks om de zon maakt, op bepaalde delen van de aarde, het noordelijk en het zuidelijk halfrond, moeilijker doordringen dan anders en zo ontstaan de seizoenen. Als het bij ons winter is, is het op het zuidelijk halfrond zomer en in de gebieden rond de evenaar, die de minste invloed van de kanteling ondergaat, is er bijna geen wisseling van seizoenen.
In oude tijden beschikte men niet over deze kennis. De antieke mens leefde in een wereld vol wonderen, waarvan de oorzaak volstrekt onduidelijk was.
Maar ook die antieke mens had behoefte aan verklaringen en hij schiep mythen, verhalen over de wisselwerking tussen het goddelijke en het menselijke. Vandaar Persephone en andere mythen over zon, maan en sterren, over natuurverschijnselen als aardbevingen, overstromingen en dierenplagen.
Misschien ben ik een onverbeterlijke romanticus, maar als ik kennis neem van alles wat wij weten en hoe de ouden dit op hun manier verklaarden, dan komt bij mij toch de gedachte op: het is geweldig dat wij zoveel kennis hebben verzameld, maar al die kennis neemt toch ook iets weg van de verbazing over alles waartoe de natuur in staat is. Dat de aardas scheef staat, het is op zich iets opmerkelijks, maar het verrijkt je voorstellingen van de werkelijkheid niet op de manier zoals mythen dat doen. Want mythen brengen je via de menselijke verbeelding tot een indruk van de realiteit die je via kennis niet zo snel krijgt. Kennis werkt toch anders op je in dan verbeelding.
Religie heeft veel, misschien wel alles met verbeelding te maken. De religie uit voorbije eeuwen dreef daarop en gaf de religieuze mens een anker voor zijn doen en laten, zijn spreken en zijn verwachtingen van een eeuwig leven na het leven op deze aarde. Dat is allemaal niet meer. Dit soort religie, dat uit de menselijke verbeeldingskracht leeft, is min of meer passé. In onze samenleving lijkt religie daarom op zijn retour te zijn. Religie komt steeds meer aan de rand van het maatschappelijk leven te staan, het is een doorgaand proces van ontkerkelijking en secularisering dat al talloze malen is beschreven
De mythen van vroeger, ze zijn uit ons gevoels- en denkleven verdwenen, de goddelijke ingrepen van bovenaf in ons bestaan, we ervaren ze nauwelijks of niet. Het toezingen of aanspreken van de godheid heeft plaatsgemaakt voor de vraag wat het betekent om met geloof om te gaan.
Buiten de gevestigde kerken is een waaier van religieuze varianten ontstaan. Het loopt van religie zonder god tot god zonder religie met daartussen in vormen van atheïsme. Religie heeft een gedaanteverwisseling ondergaan, van vrijzinnigheid tot exotische bedenksels als tarotkaarten, aura's lezen, iris kijken en numerologie.
In de westerse literatuur is het min of meer gewoonte geworden om de slinkende rol van religie als iets positiefs te beschouwen. Godsdienst is uit de mode en wordt met een zeker cynisme gekenschetst als bijgeloof. Ontworpen voor simpele zielen, die niet in staat zijn om hun geestelijk leven op eigen kracht in te richten en daarom eerbied moeten hebben voor een God die niet bestaat.
Hier ligt mijns inziens nog steeds een taak voor de vrijzinnigheid. Dit cynisme tegenover religie kunnen we de rug toekeren door zelf een nieuw begin te maken. Niet gemakkelijk, maar als dat zo was kon iedereen het wel. Nee, juist als vrijzinnigen kunnen wij anders leren denken en anders leren doen dan ons steeds is voorgehouden.
Het is misschien wel goed om in herinnering te roepen hoe wij zijn begonnen. Opzoomer, de grondlegger van de vrijzinnigheid, stond een religieuze houding voor ogen waarin vooral het nadenken over geloof een primaire activiteit van de gelovige mens was.
Als filosofie dus, niet als godsdienst. Dus vrij van traditionele opvattingen en vrij van bestaande gebruiken als die als knellend in plaats van bevrijdend werden ervaren.
Die beginperiode is al lang voorbij. Maar het is nuttig om die beginperiode in herinnering te roepen als we het hebben over vrijzinnigheid als voorhoede. En de vraag die je daaraan direct kunt koppelen is: willen we die voorhoede blijven of laten we het op zijn beloop, berusten we met een zekere onverschilligheid in het gegeven dat de mensen er niet meer aan willen en wij er maar het beste van moeten maken zolang het nog kan? Dat de vrijzinnigheid inde herfst verkeert, daar kunnen we niet aan voorbij gaan, maar moeten we dan daar ook maar in berusten?
De digitalisering heeft onze wereld veranderd. De geschiedenis leert dat maatschappelijke veranderingen hun oorzaak vaak hebben in technische en technologische vindingen. De massaproductie van bijvoorbeeld de auto heeft de levenspatronen van mensen ingrijpender veranderd dan welke ideologie ook. De mobiliteit van mensen maakte het mogelijk om makkelijker van woon- of werkplaats te veranderen dan ooit tevoren. Families woonden niet hun hele leven meer bij elkaar in hun dorp of stad, maar kwamen op verschillende plaatsen van het land terecht en ondergingen daar nieuwe invloeden, verwierven daar andere inzichten. Zo is het ook met de digitalisering.
De digitale technologie verschaft ons een overmaat aan informatie, die met een enkele druk op de knop beschikbaar is, altijd en overal. Waar je ook bent, in de trein, in de bus of lopend in de stad, je ziet overal mensen bezig met hun mobieltjes, die in wezen minicomputertjes zijn, voortdurend verbonden met het internet. In Utrecht vroeg ik de weg aan een studente. Onmiddellijk werden een paar toetsen op het apparaatje ingedrukt waarna een plattegrondje op het scherm verscheen met mijn bestemming daarop. Vervolgens kwam het programma weer tevoorschijn waarmee ze bezig was.
De digitale techniek maakt het op ieder moment mogelijk om de meest uiteenlopende onderwerpen "er even tussendoor" te behandelen. Dat verandert onze manier van denken. Je neemt niet meer in zijn geheel kennis van een boek, een film of een verhandeling, maar je bladert erdoor heen en je kiest eruit wat je nodig hebt. De redenering of het verhaal wordt niet meer van A tot Z gevolgd, maar je hopt van link naar link, van fragment naar fragment.
Daar zijn de generaties van de oude stempel - wij dus - niet aan gewend. Deze manier van omgaan met informatie maakt op ons een chaotische en verwarrende indruk. Het is onsystematisch en het staat heel ver weg van de manier waarop wij gewend zijn iets op te steken. Ons wereldbeeld was opgehangen aan verhalen met een begin, een middenstuk en een einde. Zoals je die vindt in de bijbel, verbonden met een consequente redenering naar aanleiding daarvan. Dat is niet meer. Het grote verhaal is vervangen door een veelheid van kleine, fragmentarische verhaaltjes die door iedereen naar believen aan allerlei fora op het internet worden toevertrouwd.
Ik zie dit niet als een bedreiging, maar als een kans voor de vrijzinnigheid. Wij zijn mensen die voor alle ontwikkelingen onbevooroordeeld willen openstaan en wij sluiten ons niet op in gevestigde tradities over wat goed is en wat niet.
Het is allemaal wennen, maar wij moeten leven naar het beginsel dat wij als vrijzinnigen onze voornaamste kwaliteit - beweeglijkheid in het maatschappelijke veld - niet onder de korenmaat moeten zetten. Wij zijn verlichte, redelijke en verdraagzame mensen.
Die eigenschappen kun je natuurlijk onder een bak zetten als de korenmaat zodat dat lichtje daarvan rustig buiten de wind kan blijven branden, maar niemand ziet dat dan en op den duur gaat dat lichtje uit zonder dat iemand het heeft gemerkt.
Laat het niet gebeuren en span je in voor de nieuwe manier van denken waarin de vrijzinnigheid tot nu toe altijd heeft uitgeblonken. Ga daarin mee en probeer het uit. In de wetenschap dat niet het oude en vertrouwde, maar het nieuwe en verrassende eens aan de wieg stond van het christelijk geloof. Het geloof waar alle atheïsten, ook al beseffen ze het niet altijd, tot op de dag van vandaag hun waarden en normen aan ontlenen.